Afonso de Bajana heeft een groot feest gegeven voor de soldaten van boven, waarbij hij van de trap viel als een Lucifer van zijn troon en vervolgens de Fransen over zich heen kreeg die hem, als tegenstander, zijn wapen afhandig maakten; wat er in werkelijkheid gebeurde was dat hij zijn toevlucht nam tot het zingen van een paar zelfgemaakte liedjes, maar het mocht hem niet baten, want dat privilege had zelfs al zijn doel gemist bij Orpheus, van wie men schrijft dat hij door de Thracische vrouwen uit elkaar werd gerukt.*

Van Lydia Davis – schrijfster van korte verhalen – zegt men dat zij een van de origineelste talenten is in de hedendaagse Amerikaanse literatuur. Toen haar vertaling van enkele zkv’s van A.L. Snijders verscheen, sprak ze haar lof uit over de eenvoud van zijn thema’s, de concrete vertelstijl, het sierlijk vernuft en de schrandere uitkomst van elke vertelling. Vuistregels die ook Luís Vaz de Camões moet gekend hebben en een handige opsomming, dacht ik – voor een dichter bijvoorbeeld.

* Uit ‘Brief aan een vriend’ van Luís Vaz de Camões – ‘O Lissabon, mijn thuis’ (pag. 20).
Samengesteld door August Willemsen en Marcel van den Boogert. Uitgeverij Bas Lubberhuizen.

Sinds 3 juni van dit jaar ben ik gaan verlangen naar een ‘Toshiba 1550’ kopieermachine. Want vanaf dan lees ik minstens één ‘zkv’ van A.L. Snijders per dag en ben ik gaan houden van de illustraties van Roland Sips in de mooie uitgave van ‘Wapenbroeders’. En ik heb me voorgenomen om minder te fotograferen en meer te recycleren want ik ben immers geen fotograaf. Maar ook een dichter of een zanger houdt van een mooie begeleidende prent bij zijn publicaties.

Ik heb de betekenis van ‘een autarkische geest’ moeten opzoeken toen ik het zag staan en ik kan er mij nu wel iets bij voorstellen.

Roland sipsOrkaan ‘Page’ van Roland Sips

Autarkie’ (Gr.), v., zelfgenoegzaamheid, zowel in filosofische en psychologische, als (in ’t bijz.) in economische zin: streven van een staat om geheel onafhankelijk te zijn van invoer uit het buitenland, streven naar de gesloten staathuishouding.

1. Ici un terrible accident fit périr dans les eaux, Louise et son jeune frère, Maurice.
2. Blue Hell Radio (patch 21)
3. Li de la Russe
4. Il faut bien avoir un peu d’espace blanc sur une page
5. Pusta Mladost (Damned Youth)
6. In Europe, Theodora

 “Sure, I can keep it in the pocket. I don’t have to out-fancy none of these drummers. I can be as funky as I wanna be and on top of that I can even be sloppy about it.” – Questlove

Hoewel ik al lang geen nummer meer heb geschreven met een ‘beat’ eronder, wil ik het er op wagen en de onbetrouwbare maar nooit geëvenaarde ASR10-sampler afjakkeren en laten smelten. Dat is zo gekomen. Ik herbeluisterde onlangs een demo (gitaar en zang) – ik heb zo’n aanzetjes en niemendalletjes rondslingeren voor het geval ik op een dag verweesd en zonder inspiratie voor me zit uit te staren – en op een gitaarriedeltje hoor je me wat meeneuriën. De opname klinkt niet erg goed en het getokkel is ronduit stuntelig. Maar het ding laat mij niet meer los: er zit een oorwurm in de melodie en hoewel het ritme niet lijkt te kloppen, is het ook wel beweeglijk en speels. Het is een rommelig fragment, te kort om een ‘groove’ neer te zetten en voortdurend aarzelend tussen ‘rechttoe rechtaan’ en een ‘funky shuffle’. Maar de zanger is in goede doen en zijn frasering komt niet in het gedrang.

Men moest wat vaker luisteren naar J Dilla & Questlove – kunstenaars en knutselaars. Een kijkje nemen in de keuken. Eigen fouten en onhandigheden goed instuderen. Knippen en plakken – weg van het scherm – niet de juiste timing noch sombere efficiëntie nastreven. De onbetrouwbare ASR10-sampler afjakkeren en laten smelten. Een bemoedigend idee… Er schort van alles aan maar ik zal het nalaten het te verbeteren.

De demo’s waarvan sprake worden afgewerkt en in september verschijnt in eigen beheer een eerste reeks opnames, op C30-cassette en onder de alias (schertsende bijnaam) Tom Cesar Wolf.

A.L. Snijders schrijft in ‘Wapenbroeders’

UKIYO-E  
Over de reis die ik in 1957 met de oude Landrover van mijn vader door Afrika maakte, kan ik veel vertellen, maar ik beperk me tot ukiyo-e. Altijd als ik de auto op een vlot of pont moest zetten, werd ik bevangen door een sterk besef van vergeefsheid. Ik wilde mijn reis beëindigen, ik wilde niet terug naar huis, dat was het niet, het was geen heimwee, ik wilde ’m beëindigen, ik wilde de auto en mijn gedachten stilzetten. Op de zanderige oevers stonden altijd veel mensen, ze keken naar wat kwam en ging, maar reisden zelf niet. Zij veroorzaakten de malaise in mijn hoofd. Ik wilde kijken naar de reis, ik wilde niet reizen. In de buurt van Dar-es-Salaam sprak ik een Japanner die het me uitlegde. Hij zei: ‘Het is ukiyo-e.’

In 1980 speelde ik in een bandje met mijn broer op de speelplaats van de gemeenteschool. We brachten er vier nummers. ‘No Quarter’ van Led Zeppelin en ‘Going for the One’ van Yes, dat weet ik zeker. De andere titels ben ik vergeten maar we grepen hoog. Datzelfde jaar speelden we een tweede en laatste keer onder de naam ‘ukiyo-e’.