Afonso de Bajana heeft een groot feest gegeven voor de soldaten van boven, waarbij hij van de trap viel als een Lucifer van zijn troon en vervolgens de Fransen over zich heen kreeg die hem, als tegenstander, zijn wapen afhandig maakten; wat er in werkelijkheid gebeurde was dat hij zijn toevlucht nam tot het zingen van een paar zelfgemaakte liedjes, maar het mocht hem niet baten, want dat privilege had zelfs al zijn doel gemist bij Orpheus, van wie men schrijft dat hij door de Thracische vrouwen uit elkaar werd gerukt.

Van Lydia Davis – schrijfster van korte verhalen – zegt men dat zij een van de origineelste talenten is in de hedendaagse Amerikaanse literatuur. Toen haar vertaling van enkele zkv’s van A.L. Snijders verscheen, sprak ze haar lof uit over de eenvoud van zijn thema’s, de concrete vertelstijl, het sierlijk vernuft en de schrandere uitkomst van elke vertelling. Vuistregels die ook Luís Vaz de Camões moet gekend hebben en een handige opsomming, dacht ik – voor een dichter bijvoorbeeld.

Uit ‘Brief aan een vriend’ van Luís Vaz de Camões –
‘O Lissabon, mijn thuis’ (pag. 20).
Samengesteld door August Willemsen en Marcel van den Boogert. Uitgeverij Bas Lubberhuizen